Woensdag 6 februari 2008

Aswoensdag

De veertigdagentijd start met een duidelijk teken. In een viering met asoplegging of met een askruisje wil de christen zich bijzonder bewust zijn van het feit dat zijn leven slechts een schakel is in het goddelijk proces van het bestaan. Dat laatste is tegelijk een duidelijke oproep om dat bestaan mee uit te bouwen tot iets moois. Maar in het besef van de eigen kleinheid wordt de ander weer broeder en zuster. Zich meer voelen, de realiteit van de maatschappelijke hiërarchie, het onderscheid in intellect of vaardigheden, enz.… het maakt allemaal niets uit in onze plaats tegenover God en tegenover elkaar. Aswoensdag zet ons correct op onze plaats in ons bestaan, en precies daar waar wij tijdens de vasten willen terechtkomen.
Uitweiding: De asse of as van Aswoensdag wordt gemaakt van de niet tot stof vervallen verbrande resten van de "palmtakjes" (buxus) van Palmzondag van het jaar voordien. De blijdschap om Jezus toen, wordt nu het fundament van de inkeer: christenen beseffen in dit teken reeds waar zij naartoe willen: naar Jeruzalem, een nieuwe stad. Vaak wordt ook gewone aarde of zand gebruikt om over de hoofden uit te zaaien want "Gedenkt, o mens, dat gij van stof zijt, en tot stof zult gij wederkeren." Soms worden ook kruisjes uit klei aan de kerkgangers uitgedeeld.
Nog steeds doet het bijgeloof de ronde dat «wie zijn kruisje tot Pasen kan houden, van de pastoor een nieuw kostuum krijgt».

De priester verwelkomt de gelovigen. De offerande.
 
De Priester zegent de gelovigen met het askruisje. Het huiskoor.
 
De Priester zegent de gelovigen met het askruisje De Priester zegent de gelovigen met het askruisje
 
Het askruisje op het voorhoofd van een bewoner. Met de zegen word deze viering beëindigd.

Terug naar menu