Historiek van Mater Dei

1833 - 1990

Vooraleer we kunnen spreken over het ontstaan van het klooster van Heikruis, is het nuttig te weten wie in feite de stichteres der Ursulinen was, en hoe de Ursulinenkloosters zich vermenigvuldigden en hoe de zusters Ursulinen hun naam kregen.

Angela Merici werd op 1 maart 1474 geboren in Decenzano aan het Gardameer in het bisdom Verona (Italie). Haar ouders waren vroeg gestorven en Angela had graag de eenzaamheid willen opzoeken. Haar gehele leven wilde zij wijden aan Christus. Door toedoen van haar eigenzinnige oom moest zij echter zijn huishouden verrichten. Haar oom was uit op de erfenis van haar vader. Nadat Angela afstand had gedaan van deze erfenis mocht ze vertrekken en werd zij lid van de Derde Orde van St.Franciscus.  Als religieuze van deze orde legde zij zich toe op de christelijke vorming van meisjes met het oog op caritatief werk. Op een bedevaart naar het Heilige land in 1524 verloor zij het licht uit haar ogen Later zou zij van deze kwaal weer genezen. In 1535 stichtte zij te Brescia een gemeenschap van vrouwen onder bescherming van de H.Ursula, Ursulinen genaamd, voor de christelijke opvoeding van arme meisjes. In de geschiedenis van het kloosterleven was het werk van de H.Angela iets nieuws, een minimum aan gemeenschappelijk leven, in voortdurend contact met de medemensen, aan wie men zich in dienstbaarheid wijdde. Zij hadden geen geloften of kloosterkleed. Later zou het gezelschap de vorm aannemen van de huidige orde van de zusters Ursulinen. In het jaar 1540 stierf de H.Angela, bijna zeventig jaar oud, te Brescia. Haar lichaam werd in de Sint Afrakerk te ruste gelegd.

Pastoor Lambertz en de Ursulinen

.Op 30 april 1818 begonnen drie jonge vrouwen een 10-daagse retraite onder leiding van E.H. Lambertz, pastoor van Tildonk. Zij hebben zich aangeboden om hem een school te helpen oprichten te Tildonk. Zij wensten ook te leven als kloosterlingen.

Op 25 december 1819 ontvingen de zusters, die nu al met zeven waren, uit de handen van hun stichter een soort van kloosterkleed dat door de overheid van het land niet als dusdanig zou aanzien worden. Hoewel Z.E.Lambertz er niet aan dacht Ursulinen te stichten, gaf hij toch aan zijn Zusters de Heikige Ursula tot beschermster. Zij werden dan ook de Dochters van de Heilige Ursula genoemd.

Dankzij de hulp van enkele weldoeners kan in 1820 met de bouw van een school en klooster begonnen worden. Intussen waren er op aandringen van verschillende ouders, kostgangers te Tildonk aangekomen.

In de zomer van 1821 verhuisden de 10 kostschoolleerlingen naar een nieuw gebouw. later konden ook de Zusters naar hun nieuw lokalen. Op 14 mei 1822 keurde Prins de Méan, Aartsbisschop van Mechelen de statuten goed voor de "Dochters van de H. Ursula". Intussen werd er met de bouw van een kapel begonnen.

Maar op 14 augustus 1822 kreeg hij krachtens Koninklijk Besluit het bevel het bouwen te stoppen en het klooster te sluiten. Op 20 maart 1823 kreeg hij toelating de klassen te heropenen en zijn "dochters" opnieuw bijeen te roepen, al werden zij niet erkend als religieuzen.

Op 4 maart 1825 doen 12 zusters hun tijdelijke professie.

Op 13 maart 1825 werd Zr. Pelicitas Josepha tot eerste overste gekozen.

Op 1 mei 1832 werd door Mgr. Engelbertus Steckx, aartsbisschop van Mechelen, de regel en constituties van de Ursulinen van Bordeau goedgekeurd voor de zusters van Tildonk, mist enkele wijzigingen. Op deze dag spraken 18 zusters hun eeuwige geloften uit. 

Vanaf 1832 volgt de ene stichting op de andere, waaronder als tweede in  1833 Heikruis.

Pastoor Lambertz heeft heel wat gerealiseerd in zijn leven. Hij scheen wel onvermoeibaar. Bij het einde van zijn leven had hij 39 kloosters gesticht. Hij bezocht ze veelvuldig en legde geregeld lange afstanden te voet af. 

Als pasgewijd priester werd hij in 1812 benoemd tot onderpastoor van Tildonk. De zending van pastoor Lambertz stroomt over naar zijn zusters. 

Pas als hij 79 jaar was, begonnen hem de krachten voor zo'n lange reizen te voet te ontbreken. Toch hoopte hij ook nog de huizen te bezoeken die hij gedeeltelijk per trein kon bereiken. Alle kloosters kenden grote armoede, het ene meer dan het andere. Wanneer een huis in uiterste nood was en de zusters gebrek leden ging hij in andere huizen geld voor hen vragen. Hij schreef o.a. Ik kon tijdens de H. Vasten en Pasen geen occasie vinden om in enige van onze huizen iets te bedelen voor uw noodzakelijkheid. Nu ben ik hier en daar geweest, maar, allerliefste ! Ieder klaagt ieder is in nood. De overste van Heikruis, die zo'n goed hart heeft, heeft mij 100 fr gegeven en ook een klein briefje om u te groeten.

Het gebeurde ook wel eens dat hij bedroefd moest schrijven dat hij echt niets had om te helpen.

De eenheid van congregatie werd niet alleen door materiële hulp uitgedrukt, ook zusters werden gedeeld.

De Ursulinen in Heikruis

Zuster in klassieke klederdracht

Voorzijde van het Ursulinenklooster

 Pensionnat des Ursulines Haute-Croix (Brabant)

Het klooster van Heikruis, gelegen tussen Halle en Edingen werd gesticht door de kasteelheren van Risoir, de familie Huysman d'Annecroix, die de kleine arme meisjes onderwijs en opvoeding wensten te verzekeren op hun domeinen in het dorp. Juffrouw Thérése Josephine Elisabeth Ghislaine Huysman d'Annecroix richtte zich in 1833 tot Eerwaarde Heer Lambertz, directeur van het klooster der Ursulinen te Tildonk om hem enkele religieuzen te vragen die bekwaam waren de kleine arme meisjes van de parochie Heikruis te onderwijzen. 

Eerwaarde Heer Lambertz kon met toestemming van zijn Hoogeerwaarde Monseigneur Engelbertus Sterckx, aartsbisschop van Mechelen, zes religieuzen naar Heikruis laten vertrekken op 24 oktober 1833.

Onder hen bevond zich de overste van het huis van Tildonk, Moeder Félicitas Josepha Toubeau.

Deze zes religieuzen werden ingeleid te Heikruis door de Deken van Halle en Zerw. Heer Kalvertos, Directeur van de Karmelieten van   Brussel.

Bij hun aankomst werden ze bij de poort van het klooster opgewacht door Mej. Huysman samen met haar broer Mr.Huysman d' Annecroix.

Op 4 november starten de religieuzen een school voor kleine arme meisjes. In enkele weken tijd waren er 75 leerlingen in de school en bedroeg het aantal internen 12 leerlingen

Op 23 april 1834 stierf Moeder Félicitas en werd haar taak overgenomen door Moeder Scholastique.

Op 26 november 1835 stierf Mej. Huysman d' Annecroix, haar levensdroom werd echter met dezelfde toewijding nagestreefd door Mr. Huysman.

In 1836 liet Mr. Huysman een kapel bouwen langs de zijkant van de parochiekerk. De bakstenen kloosterkapel waarvan de muren met zandstenen hoekkettingen afgeboord zijn heeft een neogotische architectuur. Het interieur is immers verlicht door spitsboogramen. Het gebouw heeft een rechthoekig grondplan van vijf traveeën met een vierzijdige voorgeveltorentje.

Ook liet hij een kelder maken die gebruikt  werd als begraafplaats voor de zusters. Twee grafstenen zijn langs het kerkhof in de muur gemetst van de kapel der Rel. Ursulinen. De oudste opschriften van de tweede zerk waren ondiep en uitgesleten, haast onleesbaar: in 1948 werden zij herkapt. Het Latijns opschrift nr. 7 komt onmiddellijk daarna in het Frans voor. De data zijn niet immer juist.

De grafkelder ligt onder de kapel der Ursulinen, langsheen het kerkhof..

Op de zerken zijn 26 personen vermeld. In werkelijkheid liggen er wel 35 begraven.

De oudste opschriften konden ontcijferd worden en de lijst van de begraven personen opgemaakt met behulp der parochieregisters en de kroniek van het Ursulinenklooster.

Volgens een plaatselijke overlevering werd beweerd dat een dame der Familie Huysman in de familiekelder LEVEND ZOU BEGRAVEN geweest zijn. Gedurende verscheidene dagen zou zij om hulp geroepen hebben, maar de mensen welke langs de straat nabij de kelder voorbijkwamen, dachten dat het er spookte en durfden er zich niet mee bemoeien. Bij een volgende begrafenis zou men het lijk buiten het lichter gevonden hebben. Als men de lijst der begraven personen naziet en ook hun ouderdom, dan schijnt het feit niet waarschijnlijk: ook weet de familie Jolly niet wat zou aanleiding gegeven hebben tot dit praatje.

Tegen de grafkelder van die van de familie Huysman is die der Rel. Ursulinen aangebouwd. Een poortje aan de straat gaf toegang: het werd toegemetst in 1900, na aanklacht vanwege het gemeentebestuur bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Sindsdien worden de Religieuzen op eigen grond begraven op het kerkhof.

 In 1841 legde hij de eerste steen van het gebouw dat zou dienen als klaslokaal voor externen en kostgangers. Mr. Huysman schonk voor dit gebouw alle deuren, vensters, ijzerbeslag, trap, het dak en de vloeren. Op 6 december 1842 konden de kostgangers het gebouw betrekken. De religieuzen, die de heel kleine cellen onder het dak bewoonden, hadden zich in de onbezette slaapzaal geïnstalleerd.

Mr. Huysmans d'Annecroix toonde zich de hele tijd als weldoener.Hij stuurde de kleine arme meisjes van de school als geschenk honderd paar wollen kousen, evenveel paar schoenen en een groot stuk blauwe stof voor kleren en rokken.

Kostschool der Ursulinen

Op 1 mei 1843 werd de eerste steen gelegd voor een nieuw bouwwerk.

Buiten de gewone geschenken had Mr. Huysmans ook nog wol geschonken om de kouzen te versterken, draad en naalden, zodat ze zelf hun kouzen konden breien.

Op 8 oktober 1845 werd er gestart met een zondagsschool voor gehuwde vrouwen van de parochie. In 1846 waren er 43. Het zelfde jaar heeft Mr.d'Annecroix een school voor kantwerksters geopend. Hij laat 36 handwerken, stoelen en lessenaars maken ; zorgt voor de nodige draad, spelden, en kantklossen en alles wat nodig was.

Gedurende gans de winter gaf hij aan de kleine armen van deze school een dubbele boterham omdat de graangewassen zo duur waren dit jaar. Op een dag, toen de Overste hem zei dat de duurte van de levensmiddelen de gemeenschap in armoede bracht, liet hij dezelfde dag nog een grote zak graan brengen, alsook groenten. Gedurende de ziekte van de religieuzen, liet hij gelei en siroop brengen.

Het jaar 1848 werd gekenmerkt door een grote rouw: Mr. d' Annecroix die reeds enkele jaren een beenkwaal had, overleed te Brussel op 71 jarige leeftijd. Zijn stoffelijk overschot werd in de familiekelder bijgezet die zich onder de kapel bevond.

Mr. Huysman D'Honssem liet op 28 november 1849 traliewerk aanbrengen aan 26 vensters op het gelijkvloers van het gebouw. Op 20 september 1850 liet hij de koeienstal inrichten op zijn kosten

Hij schafte ook handwerken aan en weefsel, alsook spelden voor het aanleren van de kantwerking aan de kleine armen van de kantwerkschool. Hij gaf eveneens patronen en de handleiding om de handwerker tot een goed einde te brengen.

Op 3 september 1850 bracht Aartsbisschop van Mechelen, Engelbertus Sterckx, een bezoek aan de kostschool. Hij was zeer tevreden over de kantwerksterschool en over gans het klooster. In 1851 richtten drie zusters in Herk de Stad een school op voor de armen en een Frans externaat.

In september leverde Mr. Claes, deken van de parochie, hun logement en meubilering. De gemeenschap van Heikruis gaf ieder 350 fr in speciën voor dagelijkse benodigdheden te bekostigen. Nadien konden zij het nieuwe klooster betrekken.

 In 1852 liet Mr. Huysman D'Honsem een nieuwe loods bouwen achter de schuur en een stuk muur om het zicht van het overstaand huis met het klooster te belemmeren. In de muur achteraan het park staan 10 nissen die het lijden van Christus uitbeelden

 

 

 

   Dit werk koste hem 600 fr het welk hij contant betaalde aan de arbeiders. Het  zelfde jaar nog werd er een nieuwe schuur gebouwd, omdat de bestaande reeds te klein geworden was: dit werkje koste 3750  fr.Mr en Mej.Verlinden schonken aan de gemeenschap 7000 fr. Met dit geld werd de schuur betaald.

Op 27 september 1852 stierf Mr. Huysman D' Honssem. Mr en Mevr. De Nieulant bleven schenkingen doen aan de school voor kantwerksters.In 1842 tot 1853 telde deze school ongeveer 53 leerlingen. De school voor de armen in het externaat telde 109 leerlingen inbegrepen de externen die de franse taal volgden.

De speelplaats van de kostschool

In 1855 bedroeg het aantal kostgangers 67, de Vlaamse externen 120, de kleine kantwerksters inbegrepen.

De zondagsschool had 90 leerlingen, de zondagsschool voor vrouwen startte op 23 november 1845 en had nog altijd bijval. Een maal in het jaar hadden deze vrouwen gedurende de vakantie van de kostgangers, een dag dat ze kwamen koffie drinken in het klooster en, regelmatige leerlingen ontvingen op dat ogenblik een lap katoen, die groot genoeg was om er een jas van te maken.

In 1855 hadden de zusters het genoegen, 145 el katoen te schenken.

In 1855 werden de voedingsmiddelen zeer duur. Het graan, hetwelk bij aankomst in Heikruis in 1833, acht gulden koste per zak, betaalde men nu 20 gulden. Het kostgeld van de kinderen werd daarvoor niet verhoogd en dit omwille van de concurrentie met de naburige kostscholen. Winst werft er niet gemaakt.

De kapel, die te klein geworden was voor het aantal religieuzen en de kostgangers, werd vergroot op 3 juni 1857.

In 1851 ontving men de bruidschat van een nieuwe onderwijzeres. Mr. Huysman D'Honssem heeft dit kapitaal uitgezet aan 6% voor een periode van 5 a 6 jaar met samengestelde intrest bij de spinnerij van St Gillis bij Brussel. Na dat de termijn van zes jaar verlopen was, in 1857, werd de som opgeëist bij deze firma omdat ze nodig was voor de betaling van de kapel.

In het zelfde jaar werd de speelplaats van de kostgangers geplaveid met blauwe steen.

In 1862 werd het 50 jarig jubileum van priesterschap van Directeur Lambertz, plechtig gevierd in het klooster. Onder het bewind van Eerw. Moeder Augustine, werd in 1864 de westelijke vleugel verbouwd.

In 1864 werd het trieste nieuws meegedeeld van de ongeneeslijke ziekte van Pastoor Lambertz. Alle oversten van de orde werden bij hem geroepen om zijn laatste boodschap te ontvangen. Op deze dag werd hem ook de toestemming gevraagd om de gebouwen te vergroten die te klein geworden waren voor het groot aantal leerlingen hetwelk reeds 102 bedroeg.

In 1867 werd de aanvraag gedaan voor het bouwen van een nieuwe kerk op dezelfde plaats als de vorige, wat dan ook toegestaan werd. Doordat de kerk van positie veranderd was, stond deze niet meer in verbinding met de kapel van het klooster, zodat het onmogelijk was voor de zusters vandaar de mis bij te wonen. Daarom werd in 1869 de kapel verbouwd.

Op 12 mei 1869 kreeg men het bericht dat Pastoor Lambertz overleden was

In 1874 werd er een nieuwe schuur, wasserij, bergplaats en paardenstal gebouwd.

In 1876 werd gedurende de paasvakantie een nieuw altaar in de kapel geplaatst als ook het houtwerk langsheen de kapel en een nieuwe deur die in verbinding stond met het koor van de kerk

 .In 1877 werd op de speelplaats van de kostschool een kleine grot gebouwd ter ere van O.L.V.van Lourdes.

  Op 26 juli bekrachtigde de koning een wet welke verbood dat priesters in het bestuur van de school zouden zitten. Vanaf dan begon de strijd tussen katholieken en liberalen. Elke partij kreeg zijn scholen in heel België. De onverwijzende religieuze gemeenschappen kregen de toelating van het bisdom aan de uitvoering van deze wet geen gevolg te geven. In de loop van de maand augustus bevestigden zij dit in een schrijven naar het ministerie.

De grot van O.L.V. van Lourdes op de speelplaats

  Tot nu toe werd er gratis onderwijs verschaft aan de arme kinderen van Heikruis zelf. Leerlingen van buiten de parochie  moesten betalen. Maar gezien het gevaar dat er in zat, dat deze kinderen in handen van de liberalen zouden terecht komen, waar ze wel gratis onderwijs konden genieten, werd er beslist aan alle arme kinderen van de omgeving gratis onderwijs te verschaffen in het externaat.

De klassen waren overbevolkt zodat ze verplicht waren de zaal van de arbeiders om te vormen in klassen.

Dankzij burggraaf Nieulant, kasteelheer van Risoir, werd op 29 september 1879 de jongensschool geopend. Dat deze oprichting bijval kende, bleek overduidelijk, daar er meer dan 150 jongens kwamen opdagen. Bijna twee jaar na deze plechtige gebeurtenis overleed deze diepgelovige christen.

In 1880 steeg het aantal externen (jongens en meisjes samen) tot meer dan 300 leerlingen. Het aantal interne meisjes bleef net boven het honderdtal.

Het 50-jarig bestaan (1883) van de Ursulinen te Heikruis werd feestelijk gevierd met talrijke edelen en vooraanstaande geestelijken.

Het park

Het tennisplein van de scholieren

Het park

Het park van het rusthuis

  Later in 1885 werd de aanpalende hoeve aangekocht waardoor talrijke gronden en fruitbomen in het bezit van het klooster kwamen. De parochie kreeg op 30 juni 1887 een nieuwe priester wegens het overlijden van Pastoor Vandenweygaert. Pastoor Tessens werd dan ook de nieuwe directeur van de kloostergemeenschap.

In 1888 werden Franstalige en Nederlandstalige leerlingen gesplitst tijdens de lessen van godsdienst. De Nederlandstaligen kregen godsdienstonderricht van de parochiepriester terwijl de Franstaligen godsdienstonderricht kregen van de kapelaan. Het stijgend aantal leerlingen veroorzaakte een tekort aan lokalen. Bijgevolg werden stallingen afgebroken en heropgebouwd in de vorm van klaslokalen.

In 1890 startten twee van deze religieuze Ursulinen een externaat voor meisjes in Kester. Het aantal leerlingen bedroeg toen97. Door de verkiezingen in dat jaar kwamen de liberalen aan de macht met Baron Jolly als burgemeester. Er ontstond een ware strijd om het aantal leerlingen.

Als opvolger van Pastoor Tessens, die om gezondheidsredenen Heikruis verliet, werd op 29 september pastoor Van Eygen parochiepriester en directeur van de kloostergemeenschap. In 1893 stierven baronnes Jolly op 2 augustus en baron Jolly op 11 augustus. Hun oudste zoon baron Hubert Jolly erfde het kasteel van Risoir. Hij nam ook de behulpzame vrijgevige rol van zijn ouders op zich

De vreugdevolle kloostergemeenschap vierde op 4 januari 1894 de "gouden bruiloft" van Zuster Overste, Moeder Augustine. Hooggeplaatste geestelijken droegen, samen met de parochiepriester Van Eygen, de feestelijke eucharistieviering op.

In 1895 werd het klooster van Heikruis ingelijfd, samen met een aantal andere kloosters van Religieuze Ursulinen, bij het klooster van Tildonk. Dit klooster bleef later fungeren als Centraal Bestuur. Novicen werden vanaf toen het 1ste jaar begeleid in het Noviciaat van Haacht. Na deze termijn konden ze terug elk naar hun respectievelijke klooster.

De melkerij van het klooster

 Op 14 april 1896 richtte de parochiepriester een coöperatieve melkerij op, in een bijgebouw van het klooster en dit om de eenheid in de parochie te herstellen.

Het klaslokaal huishoudkunde

Op 1 oktober van dat jaar startte de huishoud en landbouwopleiding met 5 leerlingen en 1 novice, onder leiding van een pas afgestudeerde van de school van Oosterloo.

Na een langdurige ziekte overleed Zuster Overste, Moeder Augustine op 5 januari 1898. Op 10 januari melde de algemene Overste van Tildonk dat Moeder Marie Josepha de nieuwe kloosteroverste van Heikruis werd. Een jaar later ongeveer werd onder haar leiding een nieuwe vleugel bijgebouwd tot aan het kerkhof.

In 1900 besliste de Paus bij decreet dat alle Religieuze Ursulinen samen gegroepeerd moesten worden. Een overste bestuurde vanuit Rome alle Ursulinen in de wereld. Bijvoorbeeld vanaf dat ogenblik moesten alle Ursulinen dezelfde kleding dragen.

Doordat diefstallen in kerken en kapellen van kloosters vaker voorkwamen, werd er beslist in 1902 een elektrische bel te plaatsen in de kapel en eveneens in de verblijven van de eerste verdieping die uitgaven op de straat. Tevens werden er verbouwingswerken gedaan om de kapel beter te kunnen verluchten. In de tuin van het kleine klooster van Kester werd er een muur gebouwd langs de kant van de straat, omdat als de zusters na het weekend terugkwamen, ze dikwijls vaststelden dat er groenten gestolen waren.

Toen braken de pokken uit in verschillende streken van België. De dokters raadde de Zusters aan om de kinderen en jonge religieuze in te enten. Hierdoor bleef gelukkig iedereen gespaard van deze kwaadaardige ziekte.

  In 1903 werd de kleuterschool van Kester geopend. Er werd toen begonnen met de  installatie van de  elektrische verlichting in   het klooster, men plaatste 292 lampen.

  Het aantal kostgangers was nu 170. Er kwam een tekort aan onderwijzend personeel en zo was men verplicht een leken              leerkracht aan te werven. In september 1905 was voor het eerst het aantal kostgangers verminderd. Er waren er slechts 148 ingeschreven.

November van dat jaar brak er een hevige epidemie uit van kroeg en roodvonk. Een 30-tal leerlingen raakten besmet maar gelukkig vielen er geen dodelijke slachtoffers.

In 1906 werd er ter ere van het feest van Moeder Josepha, Overste van deze kloostergemeenschap, voor het eerst een Nederlandstalig toneeltje opgevoerd.

In juli, tot groot verdriet van de Heikruisse bevolking, verliet Pastoor Van Eygen de parochie voor herbenoeming in Mechelen. De nieuwe pastoor, Mijnheer Verstrepen, installeerde zich in een treurende parochie, nog steeds verslagen door het verlies van hun geliefde priester. Het klooster kreeg een nieuwe directeur NL. de heer A De Roey.

Vue génerale Cote Sud.jpg (113246 bytes)

In de lente van 1909 graaft men de funderingen voor de constructie van een nieuw gebouw dat zal gebruikt worden door de kostschool en ingelijfd in de grote zaal. Op 30 juni legde Moeder overste de 1ste steen.

De hoofdvleugel van het klooster is negen traveeën lang en drie bouwlagen hoog . Op de gevel staat het opschrift   "Pensionnat des Ursulinnes " uiteraard in het Frans.

De hoge vleugel bij de neerstraat is een bakstenen gebouw van zeven traveeën en drie bouwlagen werd net zoals de kapel in neogotische stijl uitgevoerd. De uitwerking van de ramen met individuele ontlastingsboegjes en sluitingen die ofwel spitsboogvorming ofwel drielobbig zijn. Bovendien zijn de vensters per travee over ganse hoogte in een verdiep gevelnis (lisenen) ingeschreven. 

De badzaal

  In dit gebouw bevindt zich, ondergronds, een magnifieke badzaal en verschillende kelders. Op het gelijkvloers een recreatie voor schilderkunst, naailes en een farmacie. Op de verdiepingen bevinden zich de infirmerie, de kamertjes voor de leerlingen en de zolderkamers voor de zusters.

Een kamer van de leerlingen

In november waren de werken beëindigd. De kamertjes werden verwarmd door monden in de vloer die leiden naar de warmtebron van de grote zaal.

 In 1911 werd een elektrische pomp geïnstalleerd, welke het water vanuit de put in de keuken leidde naar het reservoir op de zolder van het nieuwe gebouw.Vandaar kon het water naar alle verdiepingen stromen.

Slaapkamer

Ook werd de oude toiletzaal omgevormd tot muziekzaal: 4 piano's werden er geplaatst elk in een apart kamertje

omgeven door glas. Regelmatig werden er lessen gegeven en moesten de leerlingen examen afleggen.

De kapel van Sint Antonius

Op 4 juni 1912 werden de klassen van de externen gesloten voor 3 weken omwille van de roodvonk die er heerste in het dorp en in de omgeving.

 Op 5 augustus 1914 overvallen de Duitsers ons gebied. Heikruis bleef gelukkig gespaard.

 Op 22 augustus defileerde een troep soldaten op weg naar Herfelingen. Heikruis bleef gelukkig gespaard.

Op 17 juli 1928 werd er een telefoon geplaatst met een tweede bel welke hoorbaar was in het hele kwartier

De kerk van Sint Bernardus in Heikruis

In de nacht van 15 op 16 juli 1930 vernielde een brand de kerk van het dorp. Alleen de Heilige Voorzienigheid kon nog gered worden door Kanunnik Boon. De kapel van het klooster bleef gespaard behalve de kruisweg. Deze was fel beschadigd. Ook de deur tussen de kerk en de kapel moest vervangen worden.

Op 6 maart 1933 krijgt de Moeder de toestemming van Mechelen om centrale verwarming te plaatsen in het klooster en in de kostschool. In september en oktober werd er een nieuwe kelder gemetst om de kolen op te slagen voor de verwarming.

De zusters ursulinen bij het 100 jarig bestaan

  Talrijke feestelijkheden werden op touw gezet om het 100 jarig bestaan van de Ursulinen te Heikruis te vieren.

 In 1935 waren er 160 leerlingen en werd het noodzakelijk klassen bij te maken. Schilderwerken en verschillende herstelwerken werden uitgevoerd, keukenartikelen werden aangekocht. 

Zuster met leerlingen

De nieuwe kerk van Heikruis

  In 1938 was de nieuwe parochiekerk gebouwd, op 10 mei 1940 werd de oorlog verklaard, de kostschool liep leeg, de kelders werden een waar toevluchtsoord bij dag en nacht. Op 17 mei zijn kostgangers en religieuzen gevlucht, de meeste te voet, de oudere Zusters per wagen met de heer de Directeur. Een kar met allerlei benodigdheden volgde. Langs de "4 armen" bereikten ze Tollenbeek bij het vallen van de nacht en konden ze een onbewoonde villa benutten. Ondertussen hadden Britse troepen Heikruis verlaten maar Duitsers hadden er hun intrek genomen voor 2 dagen. Op 18 mei nam men langs Bever de weg naar Frankrijk. Maar de kleine karavaan bereikte Ghilenghien toen ze opeens Duitse troepen bemerkten. Ze konden niet verder. Op 20 mei keerden ze terug.

groep kinderen.1.jpg (112406 bytes)

  In september 1941 heropenden de zusters de school met 100 kostgangers. Dit jaar werd er begonnen met een Franstalige en een Nederlandstalige afdeling van de drie lagere jaren van de moderne humaniora.

Alle producten werden schaars en zeer duur. Het was verboden runderen te slachten, graan te malen, kleinvee te kopen en te verkopen zonder speciale toelating. Een deel van de melkerij werd afgebroken, om er een huis op te bouwen. Daar de stookolie begon schaars te worden, moest er gedacht worden aan een andere oplossing voor het opwekken van elektriciteit. Men dacht een aansluiting te bekomen van de provincie. Na onderhandelingen met de elektriciteitsmaatschappij werd er het volgende beslist. De elektriciteit van de centrale activeert de dynamo door tussenkomst van de motor, welke gehuurd werd. Dit was de beste oplossing, vermits het nu niet mogelijk was alle accessoires (elektrische draad enz.) die nodig waren voor de transformatie van de elektriciteit, aan te schaffen.

zijkant koe.1.jpg (91846 bytes)

In 1949 werd een grote beslissing genomen omtrent de boerderij. De lonen van de arbeiders werden te hoog en de arbeiders die er waren begonnen oud te worden en konden niet vervangen worden omdat zij meer kosten dan de hoeve opbracht. Alle koeien werden verkocht en ze haalden hun melk bij de boer. Ze kweekten wel varkens en kippen. Die zomer was heel droog. Op verschillende plaatsen in het land waren de weiden geheel uitgedroogd door de zon. Het ontbrak het vee aan voedsel. Ook het vlees werd schaars.

Nu werden grote werken aangepakt om de elektriciteit aan te passen aan deze van 220 Volt geleverd door het net. Daardoor moesten alle lampen vervangen worden en alle motors. De oude motors werden verkocht alsook de batterij. Vele schilderwerken werden gedaan en in de kapel werd parket gelegd. Er werd ook een nieuwe kruisweg geplaatst in de kapel.

In 1951 werd er een elektrische installatie gesteld voor het bakken van frieten. Ook een broodmachine werd aangekocht en een kleine verdeler om boter in gelijke stukjes te snijden enz.....Alles werd gemoderniseerd.

laatste 1.jpg (308171 bytes)

  30/06/1961 was de laatste schooldag, Pensionnat des Ursulines Haute-Croix (Brabant) werd gesloten,  vele religieuze leerkrachten werden oud en waren aan vervanging toe, er was nood aan jongere zusters.

 kamer zusters.2.jpg (495046 bytes)Aangezien er geen religieuze leerkrachten bij kwamen stond er niets anders op dan sluiten.

Vele oud-leerlingen spreken nu nog over hun schooltijd, het was een strenge school, maar een goede 

kerk.jpg (347639 bytes)

Nadien heeft het gebouw gediend als Huis voor herstellende zusters Ursulinen, vele religieuze groeperingen maakten er gebruik van om in bezinning en gebed door te brengen

 

.De grot

De zeer prachtige grot achter in de tuin werd opgericht als herinnering en dankbaarheid aan onze goede Moeder LUTGARDE DE CLERCQ Zusters Ursulinen van Heikruis 15/08/1980

rosen park.1.jpg (421737 bytes)

 

Ongeveer 10 jaar later (1990) zijn alle zusters uit Heikruis vertrokken naar andere instellingen en is men begonnen met de verbouwing van de kostschool, die nu v.z.w. MATER DEI  Woon- en Zorgcentrum is geworden.

Bezoek ook de Geschiedenis van Heikruis

Bewerkt en © Copyright : Marcel. De Roock

Laatste aanpassing 28/11/09

Ga terug