OVERHEDEN GEDURENDE DE FRANSE TIJD.

BOSTEELS, wiens voornaam nergens vermeld staat, waarschijnlijk een Ninovieter, maar verder niet met zekerheid thuis te brengen, was maire van Heikruis en Herfelingcn van 1798 tot 1808, met korte tussenpozen van mislukt ontslag. Van 1801 tot 1803 waren zijn schepenen Nicolas Paridaens en Frans Cantillon.

In Prairial, jaar XI, bekwam Bosteels ontslag en Dominique Brancart werd "maire provisoire". Hij nam onmiddellijk ontslag en Bosteels moest terug in ambt treden, nog in 1803.

In 1790 waren de schepenen : J.B. Fauconnier, N. Paridaens, Gilles Lerincx en Adriaan Demil.

In 1806 waren de schepenen : Gilles Lerincx, Dom. Brancart, G. Paridaens, L. Demil en J.P. Duran.

Over de avonturen van maire Bosteels hebben wij al tevoren geschreven. Hij werd hier te Heikruis op echt payotse manier afgeexecreerd. Hij zal wel een gevoel van opluchting gehad hebben als hij in 1808 het dorp voor goed kon verlaten.

Met veel moeite heeft hij ontvangers kunnen krijgen. Het waren De Vroede in de jaren F. Rep. VII en VIII. J.B. Paridaens, jaar X, Lerincx, jaar XI en eindelijk Adr. Fr. Eenens, in wiens woonst municipale raad vergaderde en het bestuur der gemeente gevestigd was.

Zijn secretarissen waren : Josse Jozef De Roose uit Herne, Jean Van den Berghe, in 1805, hij was toen 27 jaar oud, (hij werd later koster te Heikruis). In 1804 was Frans Cantillon, zoon van koster Dominique

Cantillon, ook schrijver op het gemeentehuis. Fr. Cantillon had last met pastoor Langendries. Hij verving zijn oude vader in de kerk, maar, waarschijnlijk omdat de pastoor hem niet vertrouwde, verbood hij hem van nog op het koor te komen. Anderzijds weigerde hij de plaats van onderwijzer te bekleden. De maire zou graag de oude koster-onderwijzer doen ontslag nemen en een gemeenteonderwijzer aanstellen. Daar kwam Fr. Cantillon voor in aanmerking, omdat zo het hatelijke van de maatregel werd genomen : Fr. Cantillon deed toch reeds het werk. Anderzijds was toch de scheiding tussen het ambt van koster en onderwijzer doorgevoerd. Fr. Cantillon bleef stug weigeren en de maire kon zijn zin niet uitwerken. Het heeft zo wat de schijn dat Fr. Cantillon op twee kaarten speelde.

Met zijn veldwachters had maire Bosteels ook niet veel geluk. De 17 floréal jaar XII (1804) moest hij

Karel Van de Steen, toen 47 jaar oud, afzetten. Als er conscrits moesten opgeroepen worden, of opgezocht als zij onderdoken, of als de leden van de Municipale Raad moesten bijeenkomen om de soldaten aan te duiden, dan schenen de belanghebbenden telkens verwittigd, of er liep iets in de war. De veldwachter hield zich dom, maar zal er wel iets meer van geweten hebben. Voor de plaats zullen er niet veel liefhebbers geweest zijn : de 21 floréaal jaar XII werd genoemd Willem De Bast, homme de loi, van het Oud Regiem, der heerlijkheid van Te Rijst. Hij' was toen zo maar 79 jaar oud.

De maire had ook nog een gemeentebode : in 1801 P. Pardons en in 1802 E. Paridaens.

Burgemeesters van Heikruis.

Na maire Bosteels kwam Pieter Jozef Plaisant terug in dienst als burgemeester, vanaf juni 1808 tot 1818.

Pieter Jan Plaisant was burgemeester van 1818 tot 1823; na hem ;

Pieter Leheuwe 1828.

C, J. Walraevens, vermeld in 1843,1844,1845 en 1847.

J. B. De Valckeneer, vermeld in 1846, misschien als dienstbode.

Victor Benoit Dechèvre, geb. Herne 13.8.1841 + 16.2.1900, vermeld in 1874 en 1876.

Jan Baptist Martial Plaisant, geb. Heikruis 19.7.1806 vermeld in 1853-1864, stierf 30.8.1877 als burgemeester.

J. B. Langhendries, vermeld in 1877 en 1883.

Victor Benoit Dechèvre vermeld in 1885 en 1888.

J. M. Langhendries vermeld in 1890.

Burggraaf Hubert Jolly, vermeld in 1890 + 2.8.1893.

Nicolas Duran, december 1893 - + 9.11.1916.

Edouard Horlait vermeld in 1917.

Corneel Galmart vanaf 1921 tot zijn dood op 1 juni 1950.

Frans Vandermotten, dienstdoende burgemeester van 1.6.1950 tot 13.8.1950.

Frans Devos, van 14.8.1950 tot 8.3.1953.

Alex De Doncker vanaf 8.3.1953 tot 1977.

Gemeentesecretarissen.

Er is nergens vermeld tot wanneer secretarissen Jean Van den Berghe en Frans Cantillon in dienst bleven.

Van 1846 tot 1882 is Hyppoliet Stevens secretaris.

Na hem Cyr. Vanderputten, tevens onderwijzer, tot 1884.

August Cantillon, zeker vanaf 1887. De heer Van Praet deed interim.

Van 1910 tot 1946 : victor Galmart.

Vanaf 1946 ; Jules Galmart.

Veldwachters.

Na Willem Debast, hiervoor vermeld als veldwachter tijdens het Frans Bewind, kwam :

Isidoor Agneesens.

Josse Devleminck, zeker vanaf 1853 tot 1872.

Petrus Joannes Bosmans. Toen Josse Devleminck aftrad, gaf hij, als aandenken aan zijn opvolger een paradesabel, welke nog naar oude wijze aan een bandeleir moest gedragen worden. Met de oorlog 1914-18, toen de wapens moesten binnengeleverd worden, lag de sabel op het gemeentehuis. Met pijn aan het hart moest de oude veldwachter het puike ambtsteken van de waardigheid van hemzelf en van zijn voorganger door onbegrijpende Duitsers zien mededragen. Hij had er zo'n zorg voor gedragen : hij blonk gelijk een spiegel.

Erniel Jozef Bosmans, zoon van de voorgaande, oudstrijder van 1914-18, volgde zijn vader op de 19.10.1911. Hij bleef in werkelijke dienst tot 30.9.1946 en bleef voorlopig dienst doen tot bij de aanstelling op 1.4.1948 van
Albert DERIJCKE.

Rijkswacht.

Nu is de brigade der Rijkswacht waarvan Heikruis afhangt te Kester gevestigd. Vroeger was zij te Heikruis, op de Plaats, recht voor de kerk, waar nu Maurits Barbé, beenhouwer, woont. Toen het gebouw dat zij betrokken afbrandde, vestigde de Rijkswacht zich in het huis van de heer Leon Plaisant, nu Romein

Weverbergh. Men bewaart nog het aandenken van de commandant Lisen, Edg. Pierre Joseph Adelin. Hij had veel bijval wegens zijn mooie grote gendarmenknevel. Hij trouwde hier met Leocadie Plaisant, weduwe van J. Vanden Berghe, ten tijde onderwijzer te Heikruis, gestorven op 24-jarigen ouderdom. Lisen was hier in 1901 gekomen; hij was vroeger bij de brigade van Leuven en afkomstig uit Grandraing. Na zijn ontslag kocht hij het huis waar nu Jozef Borremans, onderwijzer woont.

Terug naar menu