| PLAATSEN WAAR HEREN EN BESTUURDERS TE HEIKRUIS VERGADERDEN.
Oudtijds waren de vergaderingen gehouden op het kerkhof : dat is de Plaats aan
en om de Kerk. De heer zat voor aan een tafel, een deel der Plaats werd met
koord afgespannen, en binnen de omheining zaten de beraadslagers of de vrije
mannen welke aan de bespreking en beslissing moesten deelnemen. Zo vergaderden
op de Plaats van Heikruis in 1189 Hendrik l van Brabant met Boudewijn van
Henegouwen, in bijzijn van Philip van Heinsberg, bisschop van Keulen, om hun
geschillen hier te regelen. Zeger van Edingen hield hier in februari 1248
zitting, "retro cancellum", achter de afpaling, op de Plaats, om een betwisting
te beëindigen, tussen Gilis, ridder van Ham (Bierk) en de Abdij van Cantimpret,
aangaande een bos op Bierk gelegen.
Mettertijd zocht men een dak over het hoofd te hebben voor zulke vergaderingen :
men deed het in de voorhal der kerk. Daarom is het dat aan de Romaanse kerken
soms zo een grote voorhal is gebouwd.
Voordat over een dertigtal jaren, de toren van de kerk te Herfelingen omgebouwd
werd, was er nevens de toren van deze kerk, op het eerste verdiep een zaaltje
aangebouwd voor de vergaderingen van het gemeentebestuur.
Op vele gemeenten vergaderde men in een herberg aan de Plaats. Zulke
gemeentehuizen bestaan nog op sommige kleine dorpen.
Te Heikruis is het gemeentehuis zeker geweest in het huis, nu Marcel Paridaens,
onder het Frans Bewind toen er chirurgijn en herbergier A. F. Eenens woonde.
Misschien vergaderde men aldaar reeds vroeger. Het kan ook zijn dat men in de
18de eeuw, en vroeger, vergaderde in de "Roode Leeuw" (nu Th. Deveseleer,
Plaats-Kerkweg) waar vroeger Lerickx en te voren nog Bosquette woonde, maar daar
is geen zeker bewijs van te vinden.
Onder de Franse Tijd werden de vergaderingen zeker gehouden in de woning met er
nevens de herberg van A. F. Eenens x Elisabeth Paridaens, maar vanaf welke tijd
hield men daar de bijeenkomsten ? Dit huis met erf ligt met een spie in
pastorij- en kapelaniegrond. In een gevel en in de hofmuur zijn oudere delen, en
het is waarschijnlijk dat het overblijfselen zijn van het eerste kapelaanshuis.
Nadat Te Rijst, door verwisseling, van de calvinist geworden van der Noot's aan
de katholieke heer Völler was overgegaan, wilde heer Völler dat de kapelaan hier
zou resideren. Kapelaan liet zich pramen, omdat er eerst aan het kapelaanhuis
zou gewerkt worden. Waarschijnlijk was dat kapelaanhuis reeds gebouwd en had het
al wat onbewoond gestaan. Eerst moet er maar een half verdiep, of helemaal geen
op geweest zijn. Aan de zijgevels te zien was het een mansarddak, veranderd in
verdiep met gewoon dak. Dit is de verbetering, welke door kapelaan de Masener
zal aangevraagd geweest zijn. Hij woonde er vanaf 1707; het huis is nu
postbureel. In 1709 betaalde de Kapelanie, of Cantuarie van Risoir, (palende aan
Adrien Paridaens) rente aan de kerk van Heikruis, zoals blijkt uit de
rekeningen. Gedurende de eerste helft van de 18e eeuw werd het huis eigendom van
J. H. Schoonheydt, maar het was van eerstaf belast met een som van 600 gulden
ten gunste van Dominique
Paridaens. Wegens het niet betalen der rente werd het huis op 3 maart 1778
verkocht en aan Paridaens toegewezen. Maar toen A. Paridaens 'of J. B.
Schoonheydt er eigenaar van waren, zullen deze laatsten zeker de woning wat in
staat gesteld hebben om het bewoonbaar te maken. Was er daar ook herberg ?
Vergaderde het gemeentebestuur aldaar? Met zekerheid kan het niet gezegd worden,
te meer dat er in de "Roode Leeuw" bij Posquette-Lerinckx ook wel plaats was om
gemakkelijk vergadering te houden. In het huis Paridaens woonden en hielden
herberg : Jean de Vlemincq (1706). J.B. Schoonheydt verhuurde dus en betaalde de
rente niet op het huis! Hij moet zich het huis ook niet veel hebben
aangetrokken, want de kerkrekeningen vermelden voor 1706 en 1707 dat Jean de
Vlaemincq maar de helft van de jaarlijkse rente (25 gulden voor de twee jaren)
moet betalen voor zijn huis en 1 1/2 dagwand, gelegen achter het kerkhof en
palende aan de kapelanie van St-Niklaas te Heikruis. Het huis zal weI in
slechten staat geweest zijn, en rond die tijd ligt ook Te Roetaert in puin en is
Te Tasseniere in slechten staat. Dat op die woonst een rente werd geheven,
zonder dat de kerk een tegenprestatie moest doen, schijnt er op te wijzen dat
het vroeger curegoed was, dat waarschijnlijk het kapelaanhuis er op gebouwd
werd, en dat zo de pastorij recht had op vergoeding. De noodzakelijkste
herstellingen of verbeteringen zullen wel gedaan geweest zijn, want Jozef en
Jacques Tannenbaum volgen de Vlaemincq op als chirurgijn en als herbergier.
Jozef Danenbaum staat in een doopakte van 1721 vermeld als zijnde afkomstig uit
Slachwert in Bohemen, vader van Willem Jozef (geb. 14.11.1721) en als echtgenoot
van Elisabeth Vandermeulen uit Vollezele. Dat er hier soldaten uit den vreemde
bleven hangen is geen wonder : Tannenbaum was de enige niet. In de legers waren
veel huurlingen; soms bleef een gewonde achter welke zijn lust tot vechten
verloren had. De erfenisoorlogen van Louis XIV duurden van 1668 tot 1709 en er
werd meermaals in den omtrek gevochten : te Steenkerke de 3.8.1692, te Pepingen
in 1667.
Is het niet zeker dat er bij de Tannenbaum's vergadering gehouden werd van de
gemeenteraad; bij de volgende chirurg : Adriaan François Eenens, afkomstig uit
Steenhuise, is het zeker. Eenens trouwde met
Elisabeth Paridaens, eigenares van het huis en ook "cabaretière".
Waar de geneesmeester, ook barbier en tevens nog herbergier woonde, was ook de
geschikte plaats om vergadering te houden van de raad : al het nieuws kwam er
toe.
Onder het Frans beheer zeker vergaderde er de Municipale Raad. Men kon in de
herbergzaal aan de zoldering bemerken dat vroeger een brede gangwachtplaats voor
de eigenlijke vergaderzaal. Nu is er een verdieping boven de zaal, maar die werd
maar over een dertigtal jaren, kort na de eerste wereldoorlog gebouwd.
Adriaan Fr. Eenens stierf in 1814; hij had ook nog wat secretaris geweest bij de
maire. De weduwe behield hare woonst en verblijfplaats te Heikruis, maar
feitelijk woonde zij in bij haar zoon Guilielmus
Ferdinand x Carolina Walraevens uit Wisbecq (dochter van Gabriël uit Braine en
M.J. Babled uit Lettelingen, pachters van St Annahoeve te Heikruis). Zij stierf
plotseling te Kester omtrent 1835. Hare zonen : Henri vestigde zich als chirurg
te Ste-Renelde, en Jan Baptist te Dilbeek. In 1847 en gedurende de volgende
jaren was het huis bewoond door Louis Paridaens, geb. 29.3.1826 x M. Thér. Claes,
landbouwer. Daarna door weduwe Anna Josepha Van den Berghe--De Schuyffeleer,
geb. 12.9.1779 en dan door Louis Langhendries, geb. 22.3.1802 x Paridaens M.
Thér. geb. 22.7.1804. In 1857 tot 1872 woonde er Anna Maria Christina Galmart,
ongehuwde rentenierster.
Zeker vanaf 1852 kon in het huis voortaan particuliere woning geen
raadsvergaderingen meer gehouden worden. Het gemeentebestuur verhuisde naar de
woonst van Bonaventure Comant, bakker en herbergier aan de Plaats. Men betaalde
er een vergoeding van 20 Fr 's jaars. . Tezelfdertijd als de kerk werd een
gemeentehuis en school opgericht in 1868 op de Plaats. In 1947 werden plannen
opgemaakt voor het moderniseren van gemeentehuis en schoollokalen. Tot nu toe
werden de werken niet aangevangen omdat de Regering en de Provincie geen
kredieten beschikbaar heeft om de nodige toeslagen te verlenen.
Na juff. Maria Galmart woonden nog in huis Paridaens :
In 1878 : Augustin Druot, geb. Herfelingen 5.8.1850 en zijn zoon Martin Jos.
Nestor Druot, geb. Heikruis 29.9.1879, beide bakkers.
In 1891 was het Jeanne Marie Paridaens en hare zusters, waarvan er één (Maria
Josepha) trouwde met Pierre Joseph Poelaert, x 1.2.1899. Hij woonde er tot zijn
dood in 1947. Hij was winkelier, bakker, herbergier en ook hovenier in het
klooster.
Nu woont er Marcel, Benoit Paridaens-Helene Terrijn, herbergier, winkelier,
handelaar en vrachter. Sedert 250 jaren is het huis dus eigendom der familie
Paridaens en meestal woonden er familieleden.
|