Het kasteel en zijne
Heren
Oude "villa's"; hoeven die zetel van heerlijkheid waren. Cijnshoeve "Te
Tasseniere". Kasteelhoeven. De heerlijkheidmolen van Te Rijst. Decampsmolen. Het
Hof "Ten Bosch" en klein "Ten Bosch". Hoven in gebruik van de familie Galmart.
Het "Hof ten Neufke" op Bogaarden en "Te Risseloo" op Herfelingen.
Stamboom der familie Galmart.
De grenzen van Heikruis in vroegere tijden, zoals blijkt uit de ligging der
Kouters en van de oude wegen.
* * *
De Heren van Te Rijst waren niet Heer over gans het grondgebied van Heikruis. In
de pachtbrief van Boutebrugge ten jare 1436 noemt Sweder van Facuwez zich Heer
ten dele van Heikruis en Beringen (Pepingen). Zijne grootouders en ouders gaven
zo hun titel reeds op.
Op Heikruis lag hun goed tussen Lettelingen ten Zuidwesten, Herne en Herfelingen
ten Westen, ten Zuiden Bogaarden, maar gedurende omtrent 200 jaren was er
Boutebrugge bij, ook van Beringen-Pepingen was een deel van Ter Haept (Trop) aan
Te Rijst. Ten Noordoosten was de grens aan de Mortaignebeek. Vroeger moet Ter
Haept een "villa" of kasteel geweest zijn, zetel van heerlijkheid. Walter van
Ter Haept wordt vermeld in de begiftingsakte van Engelbert van Edingen aan de
Abdij van Cantimpret-Bellingen, ten jare 1224. Tussen de lenen van het hof van
Edingen, in 1648 is de rente op Ter Haept o.a. door het hof van Edingen als het
niet inbaar opgegeven; waarschijnlijk was het hof aldaar geheel vervallen. Ter
Haept was deels leen van Hontoy en Waver-Puttenberg te Pepingen. Een aanduiding
is dat de kinderen van Ter Haept, in rechte tot in 1902, in feite tot in 1908
zeker, naar de lering kwamen in de kerk van Heikruis.
De oude "villa" van Plutsingen, het hof Te Roetaert en het Cijnsehof Te
Tasseniere waren niet bij de heerlijkheid van Te Rijst. Plutsingen en Te
Roetaert worden niet opgegeven als lenen van het leenhof van Edingen.
* * *
Hof Te Plutsingen. (nu genaamd : hof Te Siskens), een oud Frankisch hof ?
De naam Plutsingen wijst op oud Germaanse oorsprong; weliswaar zijn ter plaatse
geen vondsten bekend van grondvesten of van andere overblijfselen die zekerheid
zouden geven, maar er zijn in de onmiddellijke omgeving plaats- en wijknamen die
stellig aangeven dat daar een oude "villa" gestaan heeft : de ligging is
onmiddellijk bij de oude Postweg (Anderlecht - Vlezenbeek - Kestergat - Heikruis
- Plutsingen) verder deels in onbruik vanaf de Kerkweg II naar de Mortaignebeek,
dan nevens Terlinden, Romeinsebaan, Cauchie (Kokejane), Parkmuur te Lettelingen,
Hoves, Mons, Doornik.
De wijknamen zijn : Motte, Mottestraat, Steenberg, Vleugt, Beer (er zijn daar
bronnen en nog een vijver). Op de Atlas der wegen (wijk A, nr. 12) is het hof
aangegeven als Paridaens. Deze Paridaens is Jan Francis, geboren te Heikruis op
27 april 1793, gehuwd met Leroux Philippine, deze geboren te Bogaarden op
29.6.1776, waarvan Joanna, Maria (° 22.9.1817) en Dorothea (° 13.6.1823); het
hof werd naar de voornaam : J.Francis, Hof van Cieskens tot nu genaamd.
Na deze kwam op het hof : Van Bellinghen Francis ° Pepingen 17.6.1782 x Luyckx
Maria-Anna ° Halle 26.1.1885. Zij verhuisde vóór 1848 en de registers vermelden
hun overlijdens te Heikruis niet.
Zijn toen op het hof gekomen : Theodoor Galmart ° Pepingen 1827 +Heikruis
14.4.1885 x op 24.4.1853 met Dorothea Paridaens, dochter van Jan Francis, x voor
de 2de maal met Antoinette Van Lathem uit Gooik °25.1.1825. Th. Galmart was zoon
van Antoinette Van Lalthem (minor) en A.M. Paridaens. Uit zijn tweede huwelijk
met Antoinette Van Lathem had hij 2 zonen :
Josse . Heikruis op 24.11.1868 en Jan Bt ° Heikruis op 5.4.1870, welke op het
hof bleven. Met 1 januari 1948 werd het hof overgenomen door Charles
Langhendries (Herfelingen), doch Jan Baptist bleef op het hof wonen.
* * *
Een villa is een landgoed, woon- en bedrijfsgebouwen, met de daarbijbehorende
labeurgronden, meersen en bossen. De heer welke ze aan een “villicus” verleende
behield voor zich zelven immer een deel land om eigen noodwendigheid te
voorzien. Bovendien nog jachtgronden, bossen en vijvers.
De houders van een "mansie" betaalden cijns, een soort rente op hun hoeve, maar
waren voor de rest vrij van verplichtingen tegenover de heer (alzo was hier het
hof Tasseniere). De reserve aan grond werd bewerkt door "laten", die ook de
"corvees" moesten doen voor de heer. Deze laatsten bewoonden hutten of casae,
vandaar hun benaming : casati (cossaten). Hier en daar vond men nog een hut of
een rest ervan; een houten gebinten en muren uit gevlochten takken en leem; het
dak met riet en stro gedekt. Sinds de laatste honderd jaren zijn zij verdwenen,
gans vervallen of meer nog afgebroken.
TE RIJST
De oude "villa" van de eerste heren op Heikruis kwam veel later dan die van
Plutsingen: na de tijd van de inwijkelingen der Franken, wellicht in de VIIIe
eeuw toen hier het christendom hier al wel gevestigd was. Zij lag in het
Herenbos en aanpalende Raspalenbos (nu Kerkenbos, aan Ten Broek-Herne). Men
noemde het goed : Te Rijst, Terest, dou Rijsou, du Risoi en Risoir, wegens; het
rijshout, dat er onder de bomen in de vochtige bodem overvloedig groeide. Het
huis of "mansi" werd in 1226 met daarbij 40 maten bos, nabij het Raspalenbos,
door Eggeric van Risoy gegeven aan de Abdij van Cantimpret-Bellingen. Hij had
dan zeker elders een beter onderkomen gebouwd. Engelbert II van Edingen spreekt
in 1234 van zijn woonst in Stihoux. Deze was in 1169 op eis van de graaf van
Henegouwen verwoest en dus vóór 1234 terug opgebouwd. Wellicht heeft Eggeric van
Te Rijst tezelfdertijd als zijn leenheer vóór 1234 zijn eerste echt "kasteel"
opgericht; het lag uitgaande van de huidige kasteelvijver, 100 m ver in de
kastanjedreef, omringd door natuurlijke ravijnen en Zuidwestwaarts aan de
Haerebeek. Nu blijven er wat grondvesten van over en de ijskelder. ln 1326 werd
de Kapelanij van O.L.V. door de kasteelheer gesticht. Er was dus een slotkapel,
waarschijnlijk de eerste 0.L.V.-kapel van Terlinden. Van aan het kasteelpark
lagen de kouters naar de kapel toe. De Bosstraat en de Plaats rond de kapel
schijnen nu nog een dorpje op zijn eigen uit te maken. Het eerste kasteel moet
rond 1480, toen de heer van Te Rijst zijn domein verkocht aan Karel van der
Noot, nogal vervallen geweest zijn, want de nieuwe heer bouwde dan het huidige
kasteel met vierkante torens (hoektorens). Rond 1690 werd het kasteel hersteld
door Herman Völler, die het had aangeworven met domein. De Burggraaf de Nieulant
moderniseerde het in 1868-1869. De torens werden onthoofd en met het dak bij het
gebouw ingelijfd. De torens staan nog op de Wegenatlas van 1843. De dubbele
inrijpoort met arduinen kolommen van de oude kerk werd toen gemaakt.
Eerste Herenfamilie, stichters van Te Rijst.
Wapen: Geband van zilver en azuur van zes stukken, bordeel van keel.
1. Goswin de Rist ondertekent 1212-1214 het Vrijheidscharter van Herne, verleend
door Engelbert II van Edingen.
2. Hendrik de Rist is getuige als in 1215 en maart 1224 dezelfde Engelbert
giften doet aan Cantimpret Is eveneens getuige: Engelbert van Heikruis. De tite1
wijst zeker niet duidelijk aan dat hij hier was van Te Rijst.
3. Egeric de Risoir : in 1226 bevestigt Engelbert van Edingen de schenking door
Egeric gedaan aan de Abdij van Cantimpret van gronden en inkomsten op Herne,
Bogaarden, Kester en Heikruis, daaronder was het huis van Risoy met 40 gemet bos
gelegen nabij het Raspalebos.
In 1248, maand februari, beëindigt Zeger van Edingen een betwisting tussen
Gillis, ridder van Ham (Bierk) en de Abdij van Cantimpret (Bellingen) aangaande
een bos, gelegen te Berghuines (Bierk). Voor de list der heren van Te Rijst
schijnt er na Egeric de Risoir een te ontbreken. Was die Gillis misschien ook
heer van Te Rijst en betitelt hij zich “Ridder van Ham" omdat zijn goed van Te
Rijst paalde aan Ham ? Ham paalde ook aan het bof Te Neufke, eigendom van
Cantimpret. Engelbert van Edingen en Egeric van Te Rijst hadden kort te voren
giften gedaan aan Cantimpret. Hebben de heren der Abdij misschien wat meer
willen nemen dan hun toekwam ? De zaak moet Heikruis aanbelangd hebben, want het
geschil werd geregeld op het Kerkhof, de Plaats van Heikruis, waar Engelhert
oordeelde, gezeten met zijn raadgevers "retro cancellum", dus afgezonderd van
het publiek door een afsluiting met palen en koorden.
Over grond aan het hofgat van Ten Neufke is veel later nog betwisting geweest.
Dat blijkt uit een briefje met geschrift van begin der XVIIIe eeuw liggende in
het Memorieboek van Ten Neufken. "Den onder- schrevenen bekent ende verklaalrt
aIs datter getuygen woonachtigh in Boegaerde die hebben gezien aIs datter heeft
gehangen uyt het uytcomen van de bos van Ham comende naer hof Te Neufken het
goet van de habdye van Bellinghen heeft gehanghen op de straat aen de beke eenen
Barbier ende die van Bierge hebben beleydt ende boeten gesteken ende niedts
hebben sien hanghen dieverscche vervolgende jaeren eenen barbier ende altoos
naer aIle apparencie geen baen oft belybaen en is als het hofgat van thof Ten
Neufken."
4. Estevenet dou Risoit +2.1.1322 x Katellinne 26.5.13.. (Deze en navolgende
Rîsoit's zijn geciteerd volgens de opschriften van de grafzerken in de oude kerk
van Heikruis.
5. Wautier dou Risoit + 7.4.1339 x Isabeaus de Botebrughe.
6. Ghierars, fieus Wautier dou Risoit + le jour de St-Remi 1340.
7. Jehan, chevaliers, jadis Sr dou Risoit + 12.12.1356 x Giedrus dou Risoit +
25.11.1352.
De ANN. ARCH. Engh. T. VII, blz. 41 geven volgende inlichtingen :
Obituarium Cartusianorum propre Angiam (Ms 21536 tot 40 Bibl. R. Brux. XVe eeuw
: "VII. Kal Dec. Item domne Gertrudis Uxoris domni Johannis de Risero. III. Kal.
Dec. Item domni Johannes de Risero."
De Kartuis van Herne was de eerste op Dietsen bodem en werd gesticht in 1314. -
Vgl. grafzerk in de oude kerk van Heikruis : "Giedrus dou Risoit + 12.11.1352”
en "Jehans chevaliers jadis Sr dou Risoit + 12.12.1356."
8. Gillis Chevaliers jadis Sr dou Risoit + 22.4.1380 x Mlarie Daubechicourt
jadis dame dou Risoit + 31.12.1401.
En 1361 Siger d'Enghien acheta de Marie de Braine par l'entremise de Gilles de
Risoit la terre de Bassily et la réunit à sa terre d'Enghien (Hist. d'Enghien.
Mlatthieu.)
9. Geert d'Ittre x Catharina van Edingen, ouders van ...
10. Geert van Facuwez, heer ten dele van Heikruis en Beringen x Marie de Looze
vrouwe van Maelstede, ouders van
11. Thiri de Facucie, + 25.12.1380 x Giertruit dou Risoit jadis femme Thiri de
Facucie + 23.4.1380.
12. Sohier jadis Signeur escuyer jadis fils légitime de Sohier du Risoit chlr +
2.4.1448 x (damozelle Elisabeth Ideghem jadis feme de Estievene du Risoit +
1400.) Sebille cie Maldeghem jadis du Risoit et de Bernissart la compaigne
+7.3.1423.
13. Estievene du Risoit escuyer jadis fils légitime de Sohier du Risoit chlr +
2.4.1448 x damozelle Elisabeth Ideghem jadis feme de Estievene du Risoit + 1400.
14. Geert de Facuwez heer van Maelstede x 1389 met Marie van Abcoude, dochter
van Sweder, heer van Gaasbeek.
15. Sweder van Facuwez x Marie van Halle.- Op 23 Oogst 1442 verkoopt nycholaus
de Catthem, de Halle, filius quondam Johannis, het goed op Bogaerden genaamd " t
Hof Te Boutersbrugghe", afhankelijk van Engelbertus van Edingen, heer van Rameru,
la Folie, Tubeke, behelzende 60 bunder labeurland, 10 bunder meers en 4 bunder
vijver aan Zuweer de Fakuwez, op last ener rente van 30 gouden deniers, genaamd
"rijders". (Arch. Gén. du Royaume, fonds abb. Wautier-Braine, Nr 2 (Ann. C. Arch.
Engh. VI. blz. 179-180). - De rijder van Burgondië van Philips de Goede had aIs
waarde 1/4 pond parisis of tournois. Het pond tournois had in 1400 een waarde
van 7.53 goudfrank en in 1450 van 5.69 Fr.
Het goed van Boutebrugge is later terug in handen gekomen van Jan van Catthem,
want op 13 april 1486 (na Pasen) verkoopt hij het aan de Abdij van Wouterbrakel,
waar een dochter van Jan van Catthem kloosterlinge was (Staatsarch. C. 4007 nr
3). Jan bezat sinds 1458 nog 8 bunder te Haycruce (Rijksarch. C. 4008 nr. 14.
fonds Wouterbrakel). Rond 1470 gaf hij nog 13 bunder, gelegen voor de poort van
Boutebrugghe, op Heikruis en afhankelijk van Zanten (Saintes) aan de Abdij van
Wouterbrakel.
16. Jeahn de Silly (Zegel in Ann. C. Arch. d'Enghien I. blz. 398 met opschrit't
: Seel Jehan de Rijsoet Sigeur de Bern...). Hij doet een verhef van Te Rijst in
1545. De 30 maart 1464 verkoopt hij het domein van Te Rijst aan Walter V van der
Noot. (vanaf Walter V van der Noot is verhef door de van der Noot's vermeld :
zie Féodalité au Pays d'Enghien, Ann. C. arche Enghien I.4. blz. 397 vIg.
Tweede herenfamilie van Te Rijst. : de van der Noot' s.
Wapen van de van der Noot's : van goud met vijf schelpen van sabel in kruisvorm
(soms 3.2.)
1. Walter V van der Noot, ridder, heer van Te Rijst, kamerheer van de hertog van
Brabant + 1499 x Dymphna van Grimberghe,- van Assche.
Mgr de Prins Pierre II van Luxemburg, graaif van St Pol, van Liney, Conversan,
enz., heer van Edingen, verenigt twee lenen van Te Rijst door patentbrieven van
15 Juli 1482 ten voordele van Messire Waultre de le Noot, ridder, heer van Te
Rijst.
Door patentbrieven van 1482 ontvangt Walter van der Noot ook vermeerdering en
verhoging van rechtsmacht over het domein dat hij aangeworven had. In die
verleningsakte wordt melding gemaakt van wijngaarden, visvijvers en molens van
het goed. Een nieuw kasteel werd eveneens gebouwd, in hoofdzaak het huidige; het
oude was zeer vervallen. Van de molens zou de heer van Edingen het derde deel
der winst ontvangen hebben zonder verplichting van tussen te komen bij eventuele
herstellingskosten.
Een stuk van de schandpaal, teken van heerlijkheid en rechtsmacht stond tot 1937
aan de kerkingang. Na de bouw der nieuwe kerk lag hij tussen puinen op de
Plaats. Bij opruiming in 1946 werd hij als hoeksteen geplaatst aan de
electriciteitscabien. Een tweede, groter stuk staat aan het kapelletje van
St-Job, bij Terlinden.
2. Karel van der Noot, ridder, heer van Te Rijst x 1493 Cecilia de Ligne de Ham
doet verhef in 1499.
(In deze streek waren de vander Noot's ook heren van Denderwindeke. ln l698
waren zij heer van Terloo (Belingen). Na 1779 was Popelaire Heer van Terloo :
het kasteel aldaar was 1847-48 in verval.)
In de oude kerk van St-Jan Baptist, toebehorende aan de Carmelieten, te
Lettelingen lag, vlg. een hs der Kon. BibI. te Brussel, fonds Goethals, nr 1511
blz. 93, een grafzerk met volgend opschrift en wapens :
Wapens : Een ovaal schild van goud met band van keel. - Rechts een tweede schild
van goud met vijf schelpen van sabel, geplaatst 3.2. links van het eerste, een
derde schild van goud met vijf schelpen, in kruisvorm geplaatst.
Opschrift :
Chy gist la noble et vertueuse dame
Cecile de Ligne laquelle en son temps
avoit espousé le noble Seigneur Charles
Vandernoot, Sgnr de Risoire,
de Paragalle, de Lumelein et Steenhuffel
et trespassa l'an XVC XLI le
XXVIII de Juillet. Priez pour son âme. (Matthieu, op. cit. P. 571).
Het klooster en de kerk van de Karmelieten te Lettelingen werden verwoest en
geplunderd door de Geuzen in 1566. Min of Meer hersteld werd alles terug erg
beschadigd door onweder in 1572. Toen het leger der Staten 20.IV.1578 verslagen
werd door don Juan, werd door deze laatste het klooster afgebrand. De
Karmelieten betrokken toen hun Refugium te Edingen.
3. Walter VIl, ridder, heer van Te Rijst, kolonel onder Karel V, huwde in 1527
Cath. Hinckaert de
Carloo. Hij deed verhef 28.II.I536.
4. Karel van der Noot, ridder, heer van Te Rijst, Messain, hoveling van Karel V
+ 1605 x Margaretha van Randerode, gezegd van der Aa (zij was nicht van Adolf
van der Aa) + 1605. Hij doet verhef 28.4.1553. Karel van der Noot onterft zich
voor Te Rijst ten voordele van zijn vrouw.
5. Marguerite van der Aa, doet verhef 8.5.1556.
6. Lamoraal v.d.N., heer van Te Rijst, kapitein. Hij huwde in 1596 Anna de Hertain en doet verhef 19.4.1577. Hij sneuvelde te Breda.
7. Antonia Suarez d'Arguilla verheft Te Rijst in 1609 als domeinpachter. De
goederen van de van der Noot's waren aangeslagen omdat zij de partij hadden
gekozen van de Prins van Oranje en alzo verraad hadden gepleegd tegenover de
koning van Spanje.
8. Maurits van der Noot, zoon van Lamoraal, welke de vereiste ouderdom om verhef
te doen niet had, deed het door bemiddeling van Nicolas de Maesneer, 8.8.1612.
9. Lamoraal van der Noot jr. zoon van Maurits, doet verhef 16.4.1649, nadat hij
de vereiste ouderdom bereikt had. Hij huwde met Cecilia Taminga.
Lamoraal van der Noot sr. had partij getrokken voor Willem de Zwijger. Met zijn
familie was hij naar Holland uitgeweken. Zijne erfgenamen kwamen terug in het
bezit van Te Rijst in 1612 en werden er in bevestigd tengevolge van het
Vredesverdrag van 1646, gesloten tussen Spanje en Holland.
10. Lamoraal van der Noot : zijn moeder Cecilia Taminga, weduwe van vorige
Lamoraal v.d.N. doet als voogdes, verhef voor deze, haar zoon op 10.7.1671.
11. Mevrouw Cecilia Taminga, door het overlijden van haar zoon, Lamoraal, doet
als voogdes, verhef 11.10.1673 voor haar dochter : Lucretia van der Noot. Deze
huwt Walrart de Steenhuyse, heer van Hunnen, Malden en Risoir (heer van dit
laatste door zijn huwelijk).
Deze echtgenoten staan af, dragen over, en geven in eigendom de heerlijkheid van
Te Rijst, de 13de juli 1690, aan Jan Herman VöIler.
De eigendom werd verworven door wisseling met de goederen welke J.H.Völler bezat
bij Nijmegem in Gelderland.
Derde Herenfamilie van Te Rijst.
1. Jan Herman Völler, ridder, raadsheer en staatssecretaris voor Duitsland. °
Brusse1, 26.11.1630 , +1710 te Nijmegem huwde hij op 18.9.1670 met Maria
Elisabeth de Greft : ° Nijmegem 25.5.1650 + Brussel 12.5.1681.
2. Jean-Pierre de Kempis, heer van Steinenberg, geboren te Bilderbach 1692 +
1730, staatssecretaris voor Beieren, gezant van Karel VI. Hij was gehuwd met
Joanna, Wendelina, Maria-Theresia de Völler, geboren te Bilderbach 1672. Door
het overlijden van haar broer Jan Herman V. wordt zij vrouwe van Te Rijst,
Messain, la Haye. Zij doet verhef door Jan, Jozef Marsille, gevolmachtigde
12.7.1704.
3. Jozef, Leonard de Kempis, heer van Te Rijst, Le Franq, Messain, la Haye, enz.
geboren te Brussel 25.9.1707 +Brusse1 18.10.1775. Hij wordt heer van Te Rijst
door het overlijden van de vorige, zijn moeder, in april 1736. J. B. De Blende
doet, als gevolmachtigde, voor hem verhef 5.5.1737.
4. De zeven neven van J.L. de Kempis; de heren Husmans of Huysman, (Sebastiaan,
Antoon Huysman °1703 huwde de 19.3.1729 Anna de Kempis, die overleed 24.11.1771)
deden na het overlijden van hun oom (+ 5.10.1775) verhef door gevolmachtigde
Guillaume, Francois de Blende 11.10.1776.
5. Jan Huysman d'Honsen °1736 + St-Ulriks-Kapelle, gehuwd 1772 met .Eleonore,
Josephine
Hannosset °Brussel 1744 + 1815.
6. Sebastian Huysman ° Brussel 21.3.1778 + St-Agatha-Berchem 10.5.1858.
7. Theodoor de Nieulant de Pottelsberghe x Eleonore Huysman °1805.
8. Ferdinand, burggraaf Jolly °1840 x Marie de Nieulant de Pottelsberghe.
9. Hubert, burggraaf Jolly °1840 x Louise de Gaiffier d'Hestroy.
10. Ferdinand, burggraaf Jolly °1898 + 1932 x Emilie de Géradon.
11. Hubert, burggraaf Jolly °Brussel 1925.
De grafstenen der familie HUYSMAN DE NlEULANT, JOLLY.
Twee grafstenen zijn langs het kerkhof in de muur gemetst van de kapel der Rel.
Ursulinen. De oudste opschriften van de tweede zerk waren ondiep en uitgesleten,
haast onleesbaar : in 1948 werden zij herkapt. Het Latijnse opschrift nr. 7 komt
onmiddellijk daarna in het Frans voor. De data zijn niet immer juist.
De grafkelder ligt onder de kapel der Ursulinen, langsheen het kerkhof.
Op de zerken zijn 26 personen vermeld. ln werkeIijkheid liggen er wel 35
begraven.
De oudste opschriften konden ontcijferd worden en de Iijst van de begraven
personen opgemaakt met behulp der parochieregisters en de "Kronijk van het
Ursulinenklooster".
Volgens een plaatselijke overlevering werd beweerd dat een dame der familie
Huysman in de familiekelder LEVEND ZOU BEGRAVEN geweest zijn. Gedurende
verscheidene dagen zou zij om hulp geroepen hebben, maar de mensen welke langs
de straat nabij de kelder voorbijkwamen, dachten dat het er spookte en dierven
er zich niet mee bemoeien. Bij een volgende begrafenis zou men het lijk buiten
de lichter gevonden hebben. AIs men de lijst der begraven personen naziet en ook
hun ouderdom, dan schijnt het feit niet waarschijnlijk; ook weet de familie
Jolly niet wat zou aanleiding gegeven hebben tot dit praatje.
Tegen de grafkelder van die van de familie Huysman is die der Rel. Ursulinen
aangebouwd. Een poortje aan de straat gaf toegang : het werd toegemetst in 1900,
na aanklacht vanwege het gemeentebestuur bij het Ministerie van Binnenlandse
Zaken. Sindsdien worden de Religieuzen op eigen grond begraven op het kerkhof.
Volgen nu de opschriften der twee grafstenen :
A. Bovenaan het Wapen der Huysman : van zilver met band van azuur, waarop drie
koeken in zilver.
D. O. M.
Monumentum familiae Huysman.
Hic jacent :
Eleonora Jos. Ghisl. Huysman d'Annecroix obiit 27 Junii 1789.
Eugenius Henr. Guill. Huysman d'Annecroix ob. 10 Julii 1790
Christianus Henr. Jos. Ghisl. Huysman d'Annecroix ob. 24 Dec. 1796
Michaël Maria Hier. Ghisl. De Pape conjux praedicti dom. ob. 1 April.1797.
Nicol. Joan. Jos. Ghisl. Huysman de la Motte (xx) ob. 26 Nov. 1798.
Clara Luc. Mar. Ghisl. Huysman conjux praen. domini Joan. Aegid.
Hyacinth. vivecomitis de Putte ob. 27 Maji 1803.
R. I. P.
B. De tweede grafsteen is in twee vakken verdeeld, het opschrift luidt :
Hic jacent :
Links:
Joan. Em. Salvator Ghisl. Huysman d'Honssem ob. 15 Aug. 1804.
Georg. Hier. Sebast. Ghisl. Huysman de Belle ob. 17 Dec. 1814.
Eléon. Jos. Franç. Hyacint. d'Hannosset uxer praed. doM. Huysman d'Honssem ob.
30 Aug. 1815.
Sophia Mar. Isab. Ghisl. Huysman d'Annecroix ob. 6 Nov. 1815.
Leenardus Franç. de Paula Huysman de Neufcour ob. 17 Mart. 1824.
Maria Hier. Joseph Ghisl. De Man conjux praed. Leonardi ob. 2 Jan. 1831.
Dominicus Aug. Mich. Ghisl. Huysman d'Honssem ob. 8 Aug. 1837
Dominique Auguste Marie Ghisl. Huysman d'Honssem décédé le 8 Aout 1837
Marie Thérèse Walburge Jos. Ghisl. Huysman de Neufcour décédée le 2.2.1841
Emilie Eléonore Jéromine Ghislaine Huysman d'Honssem décédée le 11 Nov. 1844.
Dame Anne Mlarie Petronelle Roelants de Wijneghem épouse de M. François
Jean Joseph Ghislain Huysman d'Honssem décédé le 19 Décembre 1846
Rechts :
Eléonore Huysman d'Honssem ép. Vse de Nieulant et de Pottelsberghe 10.5.1805 +-
30.9.1859.
Alexandre Jolly 3.8.1866 + 7.8.1866
Gustave Jolly 22.6.1861 + 14.12.1866
Théod. Vte de Nieulant et de Pottelsberghe 16.10.1806 + 2.12.1882
Marie Vse de Nieulant et de Pottelsberghe ép. Vte Jolly 25.8.1833 + 3.8.1893
Ferdinand Vte Jolly 3.8.1825 + 11.8.1893
Ferdinand Vte Jolly 21.9.1B98 + 10.12.1932
Lt Général Vte Jolly 29.12.1871 + 22.1.1940
Alexandrine Marie Jolly 20.2.1868 + 17.5.1942
Louise Baronne de Gaiffier d'Hestroy Vicomtesse Jolly 25.5.1875 + 29.1.1943.
Volgt dan de volledige lijst der leden van de familie Huysman - de
Nieulant-Jolly begraven in de familiekelder onder de kapel van het
Ursulinenklooster te Heikruis.
Deze lijst wordt hier niet opgeschreven.
|