WAT KRUIMELS ALS TOEMAAT.
De laatste Postillon van de Diligentie welke over de Oude Postbaan: Brussel,
Vlezenbeek, Kestergat, Heikruis, Kokejane, Lettelingen, Edingen reed, was
Frederik, alias Pieke Deleu, geboren op 19.12.1831, zoon van Fideel uit
Bogaarden en Maria Theresia Tressinie uit Herfelingen. Hij heeft gewoond in een
der twee huisetjes op de hoogte der hoeve van Edward Deerem aan te Rijst. De
dochter van zijn zuster, Hortense Deleu, woonde er tot aan haar dood in 1938.
Pietje reed met de Postkoets tot omstreeks 1860; de spoorweg Brussel-Edingen
werd in 1856 aangelegd. Noodgedwongen ging dan Pietje als hoeveknecht werken op
het pachthof van Terrest, waar toen de heer V. DECHEVRE was. De broeder van
Pietje : Louis (° 12.09.1841, + 02.08.1901) en zijn zuster, Anastasis (°
20.03.1837, + 13.09.1915) waren er ook en ze waren klinkste werkers. Maar Pietje
treurde en kon over zijn diligentie niet zwijgen: hij is er met zijn dubben
simpel van geworden. Hij stierf op 1 november 1903.
Politieke ruzie en moord. De tweedracht na de Patriottenstrijd en de Franse
overheersing is zo maar niet geluwd. De jongens Walraevens van de Ste Annahoeve
(nu J.Vandenabeele) hadden de verdiende reputatie van sterke beren te zijn. Toen
een van hen reeds zeventig jaar oud was, heft hij een zak vlaszaad van 160 kg
op, om het zaad eens te tonen aan de marchands. Deze liepen terug naar de
herberg van "Baron Beeckman" (Terlinden) die ze naar de Walraevens had gezonden.
Zij zegden dat zij het niet aandurfden vlaszaad te kopen bij een kerel die met
de duivel omging. Petrus Walraevens, zoon van Gabriël en Maria, Josepha, Bablet,
een reus van een man, kreeg in een herberg ruzie met tegenstrevers : hij zei dat
hij ze eens onder handen zou genomen hebben en dat zij dan plat voor hem op hun
buik zouden gaan liggen. Zij wisten dat hij er bekwaam toe was, volgden hem in
de duisternis. Onverhoeds kreeg Walraevens een stokslag en stuikte neer. ‘s
Anderendaags morgens 29 juni 1818 vond men hem dood liggen langsheen de baan
(Neerstraat, waar nu het huis staat van Louis De Bock).
Een Schuttersgilde. Tot over 70 jaar stond er een wip op de weide waar nu het
hof Langhendries (vroeger Lerincx; nu Vanderperre) , aan de Processieweg. Meer
dan de aanduiding over het bestaan der Gilde kon de oude postbode J.B.
Vanbellinghen (82 jaar) niet meedelen. Toen, ten gevolge van het bouwen en
aanleggen der hoeve Lerincx, nu Langhendries, de schutters en hun wip er weg
moesten, heeft dan een der schutters, Alfons Vermeeren op een weide, achter de
herberg van Charles Vermeeren waarbij hij als jongen inwoonde, rechts van de
Neerstraat, (nu Regibo), op eigen kracht een wip opgericht. Van eigenlijke Gilde
of maatschappij weten de Vermeerens niets. Alfons Vermeeren, en meer nog zijn
broeder Louis waren flinke schutters. Nu nog gaat Louis, al is hij tachtiger,
nog schieten naar de wip van het Park te Edingen. Zolang de 2 gebroeders het
vuur er konden inhouden is men naar de wip in de Neerstraat blijven schieten en
tussenin een pot in de herberg van Charles Vermeeren gaan pakken. Voor de oorlog
van 1914 is het beginnen te slabakken en de wip werd verkocht aan Alfons
Decoster van Herfelingen. De wip werd aldaar op een weide aan de plaats
opgericht. Nu is zij op de weide achter het lokaal der schuttersmaatschappij,
bij De Schuyffeleer (herbergier en beenhouwer), Romeinse Baan, aan de tramhalte,
Mollestraat.
Ruitersgilde. Er bestond een groep ruiters-boerenzonen, welke oefening hielden,
om hier en elders “caroussels” met ringsteken in te richten. De flinkste
ringsteker was Camille Horlait, van het hof Boutebrugge. Hij hield er een kalm
boerenpaard op, dat zo regelmatig de looppas hield, dat zijn ruiter welke ook
behendig was, overal de prijzen haalde. Op de victorie moest gedronken worden;
en het is wel eens gebeurd dat
Camille, met paard en al, de herberg inreed, om de dorst van man en paard te
lessen.
Zangkoor. Rond 1880 werd het koor opgericht door Sylvester Moerman, zijn broers
en enkele kameraden. Een der Moerman's begeleidde met zijn trekorgel. Toen in
1900 de Moerman's uit Heikruis vertrokken, hebben de zangers het niet lang meer
uitgehouden.
De Fanfare. Edw. Agneessens en J.B. Paduwat hebben rond 1904 een fanfare
gesticht, zonder politieke kleur. Het lokaal was op de Eeckhoudt, bij
Debontridder. De laatste voorzitter was Corn. Galmart, burgemeester. Zoals voor
vele fanfaren is de eerste wereldoorlog voor haar dodelijk geweest. Zij heeft
het niet langer uitgehouden. De instrumenten liggen op de zolder, nieuwe
liefhebbers met moed en volharding bezield, af te wachten.
|