OORSPRONG VAN DE BENAMING.

Uit een goed deel van de zuidwesterhoek van Brabant, ziet men boven op een heuvelrug Heikruis uitsteken. Als een machtig blok staat, boven op de heuvel, de kostschool der Rel. Ursulinen. De slanke kerktoren er nevens steekt zijn kruis tot tegen de wolken op. Van eerstaf gaf het kruis zijn naam aan de nederzetting van Hado-Hadecruce, bezijden de oude Romeinse baan Asse-Edingen-Bavay en langsheen de nog oudere postbaan.

 

De stichter van Hadecruce-Hayecruce-Heikruis wilde door het planten van een groot kruis, omtrent op ’t   einde van zijn goed “ Te Rijst “, op de hoek van de Catuladreef, de zegen van de Zaligmaker over zijn   vestiging afsmeken, zijn bescherming vragen over de vooruitgeschoven post van de versterkte “villa” van Lettelingen (Vethus Anghia) en het kruis moest geplaatst aan het Therhout, achter Te Rijst, de verdrijving    van het heidendom alhier bevestigen. Nevens durf en praktische zin moet Hade ook wel een dichterlijke ziel gehad hebben. Te midden der bossen, op een strook rijk aan water, zompen, hoog en laag houtgewas, bouwde hij zijn “villa”, aan het Raspaillebos, bij de Haerbeek. Nabij lagen de kouters welke hij en zijn volk met werkzame handen zouden gaan beploegen en honderdvoudige vruchten doen afgeven.

Dus: zekerheid tegen vijanden, bouwgerief met de macht en er nabij, grote, gemakkelijke verkeerswegen, vruchtbaar land en water in overvloed; wat zou men er, buiten Gods hulp, nog kunnen bijwensen?

Goed was het bij Hade’s kruis te wonen en er te boeren. Omdat men eerst aan de Heer van alles de zegen had gevraagd, zou Hij het land schoon maken als geen ander. Hij gaf aan de velden een zachte golving. Hij trok er valleien door voor de Haere-, Mertaine- en Rasbeek. Bij de kabbelende wateren groeiden de bossen, en om de weiden en velden: de knotwilgen, populieren en hagen. Erboven: morgen en avondluchten zoals nergens. Dat alles zo gekleurd en uitgebeeld om te doen zeggen: ’t is van dat verf- en boetseertalent dat Breughel later een brokske heeft gekregen! ’s Winters ligt het land, hier en daar opwellend als ware het een opgaande deeg in de bakkerstrog: om er de belofte van gezonde kost te laten aan ruiken! In de lente komt over alles een waas van groen in allerlei schakeringen, en tegen de avond hangt of drijft een lichte mist over diepten en valleien. Over de wiegende graanvelden, gedurende de zomer, kijkt de boer van uit het deurgat. Fier mag hij op zijn borst kloppen en zeggen: dat is van mijn werk en de Heer heeft het gezegend! Indien Breughel nog eens mocht terugkomen, als het wintert, om na te kijken hoe, op heden nog, de pachthoeven opduiken van uit de sneeuw, hoe de gevels er plekken op uittekenen in allerlei schakeringen, hoe de donzige witte daken met de ogen van hun zoldervensters uitkijken naar het spaarzame zonnetje, dan nam hij zeker zijn penselen en verven om al die schoonheid op doek te bewaren.

En omdat het hier zo schoon is, komen tot op heden geen fabrieksschouwen met zwarte rookpluimen het spel bederven: puur zuivere lucht met alleen bloemen en akkergeuren. Tram, trein en auto’s mijden zich wat, om niet te schaden.

Heikruis is een parel van het Pajottenland; met de Denderstreek daarnevens is het ”Het schoonste land van de wereld “.

Aantekening over de naam.
De oudste vermelding van Heikruis is in 863, toen Lotharis II aan Jan, bisschop van Kamerijk, de lijst der vroegere goederen van Lobbes. Daarbij staat Ste Renelde, ook afhankelijkheden en geburen zoals Hadecruce. Dus dateert Heikruis, gesticht door Lobbes met als rentmeester Hade, van ongeveer 700. Werd verwoest door Noormannen en Alemanen.

Heikruis, in het Frans Haute-Croix. Bij de vruchtbaarheid van de grond alhier is het lastig om een verband met “ heide” te vinden, en hoe zouden de benamingen en Haute-Croix dan samenhangen?

De Heer Jan Lindemans was zo vriendelijk mij volgende nota te zenden:

“De oorspronkelijke vorm moet “Hadecruce” geweest zijn, wat blijkt uit de Latijnse vertaling “Hadonis crucem” in een oorkonde van 1024. Dus “het kruis van Hade” opgericht door Hade. De “H” viel meermaal weg en de “ade” werd “aai”, zoals in zaaien (uit zaden). In de XIVde eeuw ontmoeten wij dan ook reeds, en later tot in de XVIIde, de vorm “Haeycruce” .

Daar “Haey” niet meer verstaan werd, ging de volksetymologie er zich mee moeien en wij krijgen de zogenaamde hypercorrecte vorm “Hayecruce” (met gedacht aan heide), vandaar de naam Heikruis.

De Waalse vorm van “Hadonis crucem” was, in de Middeleeuwen, normaal Hautecroix. Aldus zijn die twee vormen, de Vlaamse en de Waalse, die elkander schijnen tegen te spreken, allebei volksetymologische vervormingen van een zelfde prototype”.
 

Terug naar menu